Weekend vol vrienden

Zaterdag en zondag hielden we een vriendenweekendje. De deur stond open, figuurlijk dan, want het was best frisjes. Vanaf 11 uur mochten de mensen bij ons binnenvallen.
Vanaf 11 uur stond er dus een op en neer springende oudste zoon bij het raam, af en toe ook buiten op de stoep (‘even kijken of er al iemand komt…’). Autisme en vage afspraken, zo van ‘kom maar af, we zien wel’, dat is altijd een spannende combinatie. 😉

Al snel stroomden de bezoekers binnen. Nooit met veel tegelijk, alsof ze dat met elkaar hadden afgesproken. Het was heerlijk, want we kregen de kans om gezellig met iedereen te babbelen.
Er kwamen mensen die we kort geleden nog ontmoet hadden, maar ook oude studievrienden die we al twintig jaar niet meer gezien hadden! De gesprekken gingen over de kinderen, over Zweden, over het weer, het eten … Bij vertrek klonk erg vaak: ‘Tot in Zweden!’ Kijk, dat vinden we dus leuk!

We kregen verhalen mee, over elkaar missen en over blij zijn elkaar te mogen kennen…
De kinderen kregen elk een prachtig schilderijtje van hun lieve oppas Aurelie. De schilderijtjes vormen samen een groot schilderij. We zullen ze een prachtige plek geven in ons nieuwe huis!
We kregen een heerlijk zacht dekentje voor de koude Zweedse winter, lekkere lettertjes en lieve kaarten en brieven. Zelfs een kaartje dat ik pas in Zweden mag openmaken!!! (Ja Mieke, de envelop zit nog dicht! 😉 )

Dit weekend beseften we maar weer eens dat we geen eiland zijn. Vele mensen raken ons, wij raken vele mensen. Dat mag.

We hebben lang niet iedereen dag kunnen zeggen, natuurlijk.
De deur blijft openstaan, hier én in Zweden.
Zo ver is het niet.
De wereld is maar een muggenscheetje groot.

Advertenties

Niet echt afscheid nemen maar toch dag zeggen…

De voorbije maanden gebeurde er enorm veel. We moesten zowel in België als in Zweden een heleboel regelen. Ook nu, vijf weken voor ons vertrek, is nog lang niet alles rond. Maar we zijn niet aan ons proefstuk toe en weten dat het wel in orde komt.

De verhuizer ligt vast, de verhuisdatum ook. We hebben helpende handen in Zweden, voor 28 december in Aalst kunnen we zeker nog wat extra hulp gebruiken. Voel je gewoon heerlijk aangesproken. 😉
Ook het werk loopt door. En daar begint het een beetje te wringen. Want deadlines zijn noodzakelijk, dat is heel begrijpelijk, maar we moeten het allemaal wel nog kunnen bolwerken.
De vermoeidheid slaat genadeloos toe. Mijn schat en ik hebben er allebei serieus last van. Dubbele levens, je weet wel, ik vertelde het al in een eerder blogje…

Op een bepaald ogenblik merkte ik dat ik alle sociale contacten ging vermijden, omdat mijn werk anders niet af raakte. Even langs bij mijn ouders? Nee, dan ben ik zo een uur kwijt, en dat uur heb ik niet. Lekker hapje eten met de vriendinnen? Nee, dank je, geen tijd.
En toen besefte ik plots dat ik van die dingen best mag genieten. Straks worden ze een stuk minder evident. Het vliegtuig nemen voor een bezoekje doe je niet om de haverklap.

Daarom moet het werk nu af en toe wat geduld hebben. Ik deel mijn tijd beter in (vind ik), maar maak ook tijd voor al wie ons lief is. Moet kunnen!

Vorige week ging ik naar de Zwijsen-borrel in Tilburg. Ik ontmoette er fijne collega’s.
Binnenkort ga ik nog eens uit eten met vriendinnen.

Komend weekend, 22 en 23 november, zetten we twee dagen lang de deur open. Voor jou. En jou, en jou.
Er zal soep zijn en broodjes, andere lekkere hapjes…
Op die manier proberen we nog heel wat fijne mensen dag te zeggen. Dag en tot ziens, want afscheid nemen, doen we niet.

Werken doe ik ook nog, natuurlijk. Er is heel veel te doen. Maar ik wil de emoties die ook met ons vertrek gepaard gaan niet negeren.
We hopen jullie terug te zien, komend weekend of in Zweden… (in beide gevallen: graag een seintje als je komt 😉 )

Een weekje naar Zweden (2): over dat dubbele leven van hier maar ook daar…

We genoten van onze week in Björköby, al zagen we bij het vertrek al op tegen de terugreis. Een herfstvakantie is nu eenmaal erg kort.

Sommige emigratietoestanden zagen we op voorhand al aankomen, een gewaarschuwd mens is er twee waard, niet waar? De paperassen en de vermoeiende bureaucratie, in België en in Zweden, zijn bekend. Niets om ons druk over te maken dus. We kennen het, hebben het bij onze verhuizing van Nederland naar België ook al eens meegemaakt. Daar laten we onze slaap niet voor. Wat vandaag niet geregeld raakt, lukt morgen misschien wel.

Wat we wel wat onderschat hadden, was het dubbelleven. Want dat leiden we nu. Twee levens tegelijk. En er zitten nog steeds maar 24 uren in een dag. We werken hier nog, maar bouwen ook in Zweden al wat op. Onze kinderen zitten hier nog op school, maar bereiden zich ook al voorzichtig voor op 8 januari, want dan starten ze op hun Zweedse scholen. We hebben hier vrienden en familie, maar ook in Zweden hebben we fijne vrienden die naar onze verhuizing uitkijken.
Kortom, het is wat veel. Maar het hoort erbij.

We tellen dus af naar 27 december. Dan staat de verhuiswagen voor onze deur.
Wie zin en tijd heeft om te komen helpen, is welkom.

Een weekje naar Zweden: een goed gesprek met de school.

Jaja, emigreren is best een heel avontuur.
De voorbije week genoot Zweden van höstlov en wij dus van herfstvakantie. Met veel zin reden we zaterdag naar Björköby. Het voelde wel vreemd, zo zonder onze dochter. Die zou een weekje bij tante Tineken en nonkel Pipo blijven logeren. De jongens genoten dan wel van extra ruimte in de auto, en extra aandacht van papa en mama, maar ook zij gingen zus al snel missen.

’s Avonds laat kwamen we thuis. Heerlijk. Ons eigen bed. En de volgende ochtend konden we alweer genieten van een vertrouwd ontbijt, met zicht op onze heerlijke herfsttuin. We waren blij dat het zondag was. Geen afspraken, geen geregel. Alleen maar genieten van de rust, en bijkomen van de 1300 kilometer.

Maandagochtend kwam onze lieve vriendin Nele op de jongens passen, terwijl wij naar Vetlanda reden, waar we een gesprek hadden met de rector van de school van de oudsten. De zorgcoördinator en de vice-rector kwamen er ook bij zitten. Anderhalf uur lang praatten we met elkaar, over de kinderen en hun noden, hun sterke en minder sterke kanten, en over hoe die het beste tot hun recht zouden kunnen komen. Wat een openheid, we waren echt verbaasd. We hadden het over schoolvervoer, en over onze niet echt verkeersveilige oudste zoon.
“Kan zijn zus hem begeleiden op de schoolbus?” informeerde de rector, waarop de zorgcoördinator onmiddellijk zei: “Nee hoor, zus is 13, dat doen we haar én hem niet aan.” (Verstandige mensen daar in Zweden. 🙂 )
Han gaf aan dat hij zelf wel zou rijden.
“Geen sprake van,” antwoordde de rector. “Als het niet 100% verantwoord is, regelen wij direct een taxi voor jullie zoon.”

Jullie begrijpen dat, na alle wachtlijsten, vervoersellende… onze mond openviel van verbazing.

Na het gesprek kregen we de school nog te zien. Een mooi gebouw met brede gangen en heel veel licht. En voor onze oudste een plek in een buitengewoon-klas, maar dan wel tussen de gewone klassen in.
Onze dochter zal met zorg in een klas geplaatst worden, met niet te veel leerlingen. (Er was een klas met 21 kinderen, en dat vonden ze toch al erg heftig worden.) Extra taalondersteuning en leerlingenbegeleiding, ook voor haar.

Natuurlijk moet alles nog beginnen. Maar het geduld en respect van dat team voor hun leerlingen, en voor de ouders van hun leerlingen, schept alvast vertrouwen.

Later meer over ons behoorlijk slopend weekje.

Joke